Negeren ongewenst gedrag falend beleid

Populair advies laat eigenaren met hun problemen zitten

Het is modern om je hondenschool te presenteren als één die positief traint en ongewenst gedrag negeert. “Wij werken niet met straf” is een kwaliteitskenmerk op websites en in folders. Straf is uit, al jaren. Sterker nog, straf is not done. Zó not done dat er niet over gesproken wordt en artikelen niet gepubliceerd. Dat is begrijpelijk want er is in de hondenwereld buitensporig en clementieloos met straf gewerkt. Voor alles was het een goede aanpak. Vaak werd gestraft vanuit irritatie omdat de hond niet goed luisterde, dan kreeg hij een knauw met een slipketting. Als een hond een oefening niet goed uitvoerde of halverwege iets anders ging doen, werd dat niet gezien als een trainingsprobleem maar als gebrek aan respect voor de autoriteit van de baas. Dan wordt veel gedrag al snel als dominantie van de hond gezien. Als je zicht op het leven zo in elkaar zit is het begrijpelijk dat je dan moet ingrijpen. Eigenlijk gaat het in die situaties alleen om het ego van de baas.

Rond de jaren 90 van de vorige eeuw ontstond in de honden-trainingswereld een algemeen voelen dat straf negatief is. Straf beschadigt het dier, de relatie en zet de deuren voor leren dicht. Daardoor ontstond weerstand tegen straffen, maar zoals dat zo wel vaker gaat, is de balans sindsdien volkomen de andere kant op geslagen. We zijn met de moderne positieve hondenscholen terecht gekomen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw waar je het kind de ruimte moest geven om zich zonder remmingen of straf te ontplooien. Als je als hondentrainer aangeeft dat je straf toepast, ben je gelijk een outcast. Straf is synoniem geworden voor harde aanpak, voor slipketting, voor geweld. Van daaruit bekeken lijkt het heel begrijpelijk dat scholen aangeven uitsluitend positief te trainen. Het bekt immers lekker en mensen vinden straf toch al een akelig onderwerp. Dan lijkt negeren een handige oplossing, want dan kun je straf vermijden. Goed voor de hond en goed voor de school.

Uitdoven van gedrag
In mijn opleiding leerde ik het al: negeren zorgt er voor dat het genegeerde gedrag eerst in heftigheid toeneemt. Dat lijkt logisch. Als een dier steeds aandacht krijgt met dwingend gedrag, dan zal hij harder gaan pushen als hij genegeerd wordt. Hij is er vast van overtuigt dat hij tóch contakt krijgt wanneer hij maar extra stevig aandringt. Dat heeft het verleden hem wel geleerd. Dat stevig aandringen kan het dier dan wel een tijd volhouden. Na een tijd blijkt dat hij evenwel toch geen contact krijgt ondanks zijn veel heftigere aandringen, het negeren houdt stand. Dan zal het gedrag snel in heftigheid afnemen tot beneden het niveau waarmee het aanving. Het gedrag sterft dan uit. Zo verteld, lijkt negeren een gewenst effect te hebben: het ongewenste gedrag wordt minder en sterft uit. Dat is wetenschappelijk bewezen in vele onderzoeken naar diergedrag.
Er zijn echter een aantal mitsen en maren. Bijvoorbeeld, de tijd dat het heftigere gedrag na aanvang van negeren aanhoud, kan wel heel lang duren. Zo lang dat ieder normaal mens al lang heeft opgegeven. Daarnaast werkt deze techniek goed in gecontroleerde laboratorium omstandigheden waar onderzoek plaatsvond naar diergedrag. Daar heeft de onderzoeker immers alles onder controle. En heel belangrijk, hij was zelf niet emotioneel betrokken bij ongewenst gedrag van het dier. Met andere woorden, het dier werd wel genegeerd, maar de onderzoeker hoefde het zelf niet te doen om voor hem ongewenst gedrag te doen uitdoven. Een hondeneigenaar is wél onderwerp van grote stress als hij gaat negeren en lang moet volhouden. Die zit er emotioneel midden in. Hij geeft voortijdig op omdat de omstandigheden ongunstig zijn en het te lang duurt eer het gedrag uitdooft. Daardoor heb je het gevoel dat het niet werkt. En je bezoek staat ook nog in de deuropening te wachten…

Opvoeden versus trainen
Natuurlijk is positief trainen of opvoeden is een nobel streven. Natuurlijk wil je niet met een harde aanpak je hond trainen. Het is tenslotte je schatje, zo niet je kind. Opvoeden is een moeilijke taak. Veel moeilijker dan de standaard oefeningen die je op een reguliere hondenclub leert. Trainen is relatief eenvoudig, opvoeden niet. Opvoeden vraagt om een visie waar je heen wilt met je hond, om doordacht beleid en weloverwogen keuzes. Opvoeden is ook het leren stellen van grenzen.

Voorheen noemden we dat straf. Toen had straf de functie van corrigeren van ongehoorzaamheid. Trekken aan de lijn? Straf! Niet snel gaan zitten? Straf! Dat gaf straf een negatieve klank. Binnen de opvoeding echter heeft staf – beter gezegd het stellen van grenzen- de functie van het afbakenen van de sociale grenzen van hoe je met elkaar als groepsleden omgaat. Grenzen stellen is binnen opvoeden een must. Immers niet elk gedrag wat je hond graag wil onderzoeken is later gewenst. Voorkomen of afleiden is lang niet altijd een effectieve aanpak. Vooral niet als het ongewenste gedrag onbedoeld beloond werd. En dat komt nog al eens voor. Opvoeden is dus ook voor een deel het opleggen van beperkingen en sturend optreden wanneer een jonge hond zijn mogelijkheden onderzoekt.

Geef één vinger…
Negeren van ongewenst gedrag is echter bij veel ongewenst gedrag een volkomen absurde aanpak. Stel je voor dat je kind van 4 op straat loopt met een broodmes. Negeer je dat? Afleiden? Of als je zoontje je elke dag tegen je benen schopt of scheldwoorden gebruikt. Gaat dat vanzelf over? Natuurlijk niet, ik hoef het niet verder uit te leggen. Wat de effecten zijn van grenzeloos opvoeden kunnen we meer dan genoeg zien in de huidige maatschappij. Tolerantie moet niet gelden voor gedrag dat de sociale samenhang verstoort! Waar dat wel gebeurt gaat het mis. Als de tolerantie te groot is accepteert het kind (lees ook hond, vise versa) op een gegeven moment geen autoriteit meer. Alles mocht toch! “…dus waar bemoei JIJ je mee???…Ik ben de autoriteit!”. En als een kleiner vergrijp geen problemen gaf, waarom zou een groter dat dan wel doen? Tolerantie ten opzichten van beginnend ongewenst gedrag is een vrijbrief om verder te gaan op de ingeslagen weg. Er zijn immers geen consequenties. Een spreekwoord zegt: “geeft één vinger, en hij pakt de hele hand”. Wetenschappelijk onderzoek heeft jaren geleden al aangetoond dat wanneer je beginnend ongewenst gedrag toestaat (ruitje intikken van een auto) dat dit tot gevolg heeft dat het gedrag steeds extremer wordt (hele auto gesloopt in 24 uur). Dat heeft geleidt tot de ontwikkeling van zero-tolerance beleid, weet u nog?
Als je op een acceptabele en sociaal verantwoorde manier als groepsleden met elkaar wilt omgaan, moet je duidelijk maken wat wel en niet kan. Je moet aangeven waar de grenzen van je sociale functioneren liggen. Kinderen en honden hebben grenzen nodig en vragen daar om. Zo leert de hond hoe je op een acceptabele wijze met elkaar omgaat en hoe je als groep prettig samenleeft. Binnen die grenzen kun je op een positieve manier en zonder harde correcties opvoeden.

Opluchting en besluiteloosheid
Er zijn nog enkele belangrijke redenen waarom negeren in de dagelijkse praktijk niet werkt. Stel, er komt bezoek aan de voordeur en de hond raakt opgewonden. Dat komt nogal eens voor. Logisch ook, want de bel hoeft maar te gaan en je springt op om naar de deur te lopen. Zo wordt de bel de voorbode voor opwinding. Zie die interne opwinding van de hond maar als druk in een stoomketel. Door het springen en blaffen krijgt de hond een uitlaatklep voor die druk c.q. opwinding. Als de druk door het uiten van springen en blaffen verlaagt, ervaart hij opluchting. En opluchting is belonend. Als je je hond dan negeert gaat hij gewoon door met springen en blaffen! Dat heet zelfbelonend gedrag. Veel gedrag wat mensen als ongewenst beschouwen is zelfbelonend. Je kunt dus negeren totdat je een ons weegt, de hond boeit het niet. Stel dat je bezig bent het blaffen en springen te negeren. Dan zal de hond je ‘niets doen’ ervaren als besluiteloosheid, als falen van leiderschap! “Moet je pappa zien zeg, die weet niet wat ‘ie met me aan moet als ik belachelijk sta te doen…”.
Falend beleid Hondenscholen en trainers die voorstaan dat ze positief trainen en ongewenst gedrag negeren doen dat omdat ze straf willen omzeilen. Dat is te waarderen. Ze verwarren echter ouderwetse straf voor ongehoorzaamheid met het stellen van grenzen binnen het sociale gebeuren van de groep. Negeren is voor deze trainers psychologisch gezien een super oplossing, ze hoeven nl. NIETS te doen! Gevolg is wel dat de cursist met de ellende blijft zitten! Ook de cursist ervaart het gebrek aan hulp van de instructeur of docent als falend beleid. Hij voelt zich terecht enorm in de steek gelaten door het advies dat je ongewenst gedrag moet negeren. Ik zie een dergelijke trainingsaanpak als absoluut falen en gebrek aan inzicht en realisme.